DAF AUTOMOBIEL MUSEUM


De restauratie van de voertuigcollectie

De restauratie van de voertuigen begon aan de Getfertweg. Daar hadden we inmiddels een perfect ingericht onderdelen magazijn (Rob had tenslotte bij zo'n 60 á 70 dealers, de Parts afd. van DAF (Jos de Greef), de schrootafdeling van DAF (Bert Teller) veel incourante onderdelen gekregen of voor een symbolisch bedrag gekocht): Alles lag per groep op volgnummer én we hadden van alle types personenwagen en vrachtwagen de onderdelen-en werkplaatsinstruktieboeken!! Wat kon ons nog gebeuren? We hadden echter één probleem: we hadden géén stroom in ons onderkomen. De gemeente had zelfs de hoofdaansluiting vanaf de straat eruit gehaald dus....

De buurman ( Herbert Nijland ) bood uitkomst. Als donatie wilde hij 's zaterdags wel een stroomdraadje leveren. De eerste klussen werden aangepakt. Klaas de Roo ( onze eigen restaurateur ) begon op zijn vakgebied: plaat- en spuitwerk, de rest van de medewerkers stortten zich op de chassis en ander niet zo secure werkzaamheden.

Na verloop van tijd begonnen de DAF's er al aardig uit te zien. In 1983 kwam er flink wat druk op de ketel; we moesten het pand binnenkort verlaten en hadden een pand aan de Haaksbergerstraat gevonden wat gelijk een écht DAF Museum moest worden dus....daar moesten toch echt wel DAF's staan die toonbaar waren "voor het grote publiek".

Restauratie betekende bij ons dat de wagen in museumstaat moest zijn: In de eerste plaats ORIGINEEL, compleet, netjes én schoon. Als het nodig was, gebruikte Klaas nieuw plaatwerk, nieuwe koplampen, nieuw chroomwerk etc. etc, eventueel nieuwe bekleding en als het écht nodig was een nieuwe originele laklaag + eventuele reclameteksten. Bovendien mocht je b.v. aan een bedrijfswagen best kunnen zien, dat en wáár hij een leven lang gewerkt had: gewoon Museumstaat !!

Toen we naar Glanerbrug gingen verhuizen, werd de restauratieploeg onder leiding van Klaas nog drukker! We kregen veel meer ruimte, dus er konden ook meer voertuigen geplaatst worden! BSO bood hulp aan! Herman Braakhuis, chef plaatwerkerij en spuiterij, was bereid om twee nieuwe DAF cabines ( voor de AZ en de ATE ) in no time voor ons te spuiten, zodat die twee auto's in ieder geval ook deel uit konden maken van de museum-collectie. Tijdens de opening kregen we de rekening f 0,00!

Dag en nacht hebben we gewerkt om de collectie voor te bereiden op hun museumtaak. Ter plekke in het nieuwe onderkomen werden de NAT 2506, de AZ 1900, de ATE 2400, de FT 2600 DKB, de AE 2600 DP etc. etc. onderhanden genomen. Een enorme klus, die door Klaas en de zijnen geklaard werd vóór de opening, waarvan de datum al vast stond. Alle voertuigen, die al in museumstaat waren kregen van de dames, die ook meehielpen een goede was- en poetsbeurt en: We waren op tijd klaar, het was een race tegen de klok!

Toen Eindhoven in beeld kwam, stelde DAF andere eisen aan de voertuigcollectie ( zie Dealerproject). Om te beginnen wilde men in 1988 in de oude panden van de MCB aan de Aalsterweg in Eindhoven, die gehuurd waren door DAF Nederland maar die inmiddels verhuisd waren, een werkplaats inrichten.

Het pand aan de Aalsterweg, moest onderdak gaan bieden aan een soort ambachtelijke werkplaats, gerund door leden van de Vereniging van Gepensioneerde DAF Medewerkers. Ondanks de inzet van o.a Oscar Wibaut, lukt het DAF niet om dit project van de grond te krijgen. De grote klussen werden als vanouds "gewoon door Twente" uitgevoerd.

In 1990 probeerde DAF het nog een keer: Het Dealerproject zou de doorslag geven in het restauratieproces! (zie Dealerproject)

Klaas de Roo en zijn ploeg gingen gewoon dóór!

Op 6 januari 1992, er zijn dan in Glanerbrug al weer enkele voertuigen in Museumstaat gebracht, krijgt Rob de beschikking over één grote werkplaats. Het hele pand aan de Tongelresestraat is een bouwput. Met man en macht wordt er gewerkt om er een DAF Museum van te maken, maar voertuigen restaureren was geen optie. 10 mei kwam dichtbij en Oscar "regelde" een legertje studenten dat onder leiding van Harm Boerma en supervisie van Rob begon aan het toonbaar maken van enkele voertuigen.

Zo werden alle legerwagens van een nieuw laagje verf voorzien, de laadbak van de 2000 DO graankipper opnieuw gelakt, en de eerste metalen oplegger kreeg een grondige opknapbeurt. Dit alles gebeurde met schuurpapier, verfkrabbers, plamuurmessen, kwasten en rollers en vele liters verf. Deze klus kon mooi in het museum gebeuren, er mocht niet gespoten worden, én de legerwagens werden destijds toch al geschilderd! Het resultaat was magnifiek, vele voertuigen waren nu óók in Museumstaat.

Op 10 mei zag de eigen collectie, welke "Eindhoven gehaald had" er keurig uit en stonden dankzij de inzet van velen te pronken in het nieuwe onderkomen.


Hieronder enkele foto's van de restauratie's

.

Rob Lammers met zijn eerste DAF restauratieproject in 1970. Een 303 uit 1963.

én nog enkele foto's van de restauratie's

.

De DAF Losser met bijbehorende trekker nog in de kleuren van de Roy transport uit Helmond.


startpagina